23/04/26

Meerwaardebelasting zet maatschappen onder druk: wat betekent dit voor uw familiebedrijf en voor uw management incentive plan…

Op 21 april 2026 werd de wet tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het staat nu definitief vast dat maatschappen de dans niet ontspringen. Het aantrekkelijke karakter van een maatschap, namelijk de transparante belastheffing, speelt nu in haar nadeel. De impact van deze nieuwe meerwaardebelasting is niet te onderschatten, zeker op het vlak van successieplanning en management incentive plannen, waar maatschappen tot dusver het controle- en poolingvehikel bij uitstek waren.

Waar ligt het risico?

De nieuwe meerwaardebelasting treft meerwaarden op financiële activa die worden gerealiseerd naar aanleiding van een overdracht ten bezwarende titel. Uit de finale teksten blijkt dat maatschappen op verschillende momenten in het vizier komen:

  • Zo kan de inbreng in een maatschap al tot een (gedeeltelijke) realisatie van de ingebrachte activa leiden. De inbreng van aandelen zal doorgaans onder de vrijstelling voor inbrengverrichtingen vallen, maar de inbreng van andere financiële activa (zoals obligaties) kan wél belastbaar zijn.
  • Ook tijdens de looptijd van de maatschap kan meerwaardebelasting verschuldigd zijn. Omdat de maatschap een doelgebonden onverdeeldheid is en (bij gebrek aan rechtspersoonlijkheid) fiscaal transparant is, kan een verschuiving in het aandeelhouderschap gelijkgesteld worden met een verschuiving van de onderliggende financiële activa. Bovendien kan de maatschap haar financiële activa ook zelf overdragen, wat opnieuw tot meerwaardebelasting kan leiden in hoofde van de achterliggende maten.
  • Tot slot viseert de nieuwe meerwaardebelasting ook uitonverdeeldheidtredingen, zodat ook de uittreding van een vennoot of de ontbinding van een maatschap meerwaardebelasting verschuldigd kan maken.

Telkens als er dus sprake is van een verschuiving in de onderliggende financiële activa of van een uitonverdeeldheidtreding, loert de meerwaardebelasting om de hoek. Als een maatschap wordt gebruikt als controlevehikel kan dit ongewenste effecten hebben wanneer er geen liquiditeit is in de maatschap, maar de maten toch belasting verschuldigd zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de maatschap als poolingvehikel wordt gebruikt bij management incentive plannen of als controlestructuur boven een familiebedrijf in het kader van successieplanning.

Poolingvehikels bij management incentive plannen zijn erop gericht alle neuzen van het management in dezelfde richting te houden. In het kader van een verkoop van een onderneming is er liquiditeit en zal er zich geen probleem stellen. Indien er evenwel mechanismen zijn voorzien waardoor managers vroegtijdig kunnen of moeten uitstappen uit de maatschap, of als er voorzien is dat nieuwe managers kunnen toetreden tot de maatschap, kan er meerwaardebelasting verschuldigd zijn. In zo'n situatie is de belasting niet alleen verschuldigd door de manager die uittreedt, maar door alle managers die in de maatschap zitten, ook indien ze niets ontvangen. Dit is het gevolg van de fiscale transparantie waarbij de verkoop van de aandelen door de maatschap of de toetreding of uittreding gezien moeten worden als een (gedeeltelijke) verkoop door/aan alle managers. De onderliggende zakenrechtelijke werking kan in zo'n situatie erg complex zijn waarbij ook de documentatie van de onderliggende (nieuwe) aanschaffingswaarde (dit is de basis voor de berekening van toekomstige meerwaarden) een moeilijke opdracht kan worden. Die aanschaffingswaarde kan immers veranderen telkens er verschuivingen plaatsvinden tussen de managers van hun aandeel in de maatschap.

Ook voor controlevehikels boven familiebedrijven en family offices kan dit problematisch zijn. In die structuren is vaak geen intentie om te verkopen en dus geen liquiditeitsmoment, terwijl bij uittreding of ontbinding toch meerwaardebelasting verschuldigd kan zijn zonder dat er (voldoende) cash vrijkomt om die te betalen. De enige uitweg om geen meerwaardebelasting te moeten betalen in zo'n situatie is dat de familieleden de onderliggende aandelen in het familiebedrijf of family office verder in onverdeeldheid aanhouden. Maar vaak is dit niet gewenst indien de duurtijd van de maatschap (en dus de achterliggende reden om een controlestructuur te hebben) ten einde komt. Voor maatschappen met louter effectenportefeuilles is dit doorgaans minder problematisch, omdat daar meer flexibiliteit bestaat om desnoods activa te gelde te maken. Vroeg of laat moet de meerwaardebelasting toch betaald worden (zeker bij roterende portefeuilles) en de verdeling van de portefeuille in het kader van de ontbinding van de maatschap trekt dit momentum enkel naar voren, waardoor er in de toekomst minder meerwaardebelasting betaald moet worden (er is dan sprake van een step-up in de fiscale waarde).

Uniek momentum

De wetgever voorziet in een overgangsregime dat een belangrijk strategisch venster opent. De meerwaardebelasting is pas van toepassing vanaf 1 januari 2026. Historische meerwaarden opgebouwd tot en met 31 december 2025 (het zogenaamde 'fotomoment') worden daarbij vrijgesteld. Dit creëert een uniek momentum om bestaande structuren grondig door te lichten en – waar aangewezen – op te ruimen of aan te passen, zonder of met een beperkte meerwaardebelasting. Alternatieven bestaan erin om een controlestructuur te gebruiken die onderliggend geen onverdeeldheid organiseert, zodat de hoger omschreven problemen bij verschuivingen in de onverdeeldheid niet rijzen. Dit is met name het geval bij certificering van aandelen waarbij de controle wordt uitgeoefend door een stichting-administratiekantoor. In het kader van familiale planning kan alternatief ook gekeken worden naar een maatschap per kind waarbij de onverdeeldheid met de ouder(s) beperkt kan worden tot één aandeel in de maatschap.

Auteurs:
- Wouter Claes, Partner bij Eubelius
- Kelly Moens, Counsel bij Eubelius

dotted_texture