Een voorontwerp van decreet
Op 29 mei 2026 hechtte de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring aan een voorontwerp van decreet tot wijziging van verschillende decreten naar aanleiding van de invoering van de modulaire omgevingsvergunningsprocedure. Dit voorontwerp is de voorlopig recentste stap in een al langer lopend wetgevingstraject:
Het decreet van 17 mei 2024 voerde twee belangrijke wijzigingen door aan het Omgevingsvergunningendecreet: het omgevingsbesluit en de modulaire omgevingsvergunningsprocedure.
Het omgevingsbesluit is een nieuw gecombineerd plannings- en vergunningsinstrument dat toelaat om in één procedure zowel de bestemming van een perceel te wijzigen als een omgevingsvergunning te verkrijgen, zonder dat voorafgaand een RUP moet worden opgemaakt. Het kan worden ingezet voor drie categorieën van projecten: ruimtelijke impulsprojecten, werken van algemeen belang en projecten die verband houden met bedrijvigheid. Tegen de bepalingen van het decreet van 17 mei 2024 die het omgevingsbesluit invoeren, werd een vernietigingsberoep ingesteld bij het Grondwettelijk Hof. Een uitspraak wordt in de loop van 2026 verwacht.
De tweede innovatie, de modulaire procedure, stapt af van het vaste keurslijf van de omgevingsvergunningsprocedure en van het klassieke onderscheid tussen de gewone en de vereenvoudigde procedure. Afhankelijk van de aard en inhoud van de aanvraag worden de nodige “modules” ingezet, zoals een openbaar onderzoek of het doorlopen van meerdere wijzigingslussen, wat het oplossingsgericht vergunnen ten goede moet komen. De modulaire procedure is nog niet in werking getreden, maar bij de uitwerking van het uitvoeringsbesluit kwamen reeds knelpunten aan het licht die met voorliggend voorontwerp van decreet worden weggewerkt.
Tegelijk benut de Vlaamse Regering dit decretaal initiatief om uitvoering te geven aan enkele acties uit de Conceptnota "Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen". Deze Conceptnota was opgesteld op basis van de aanbevelingen van de expertencommissie Gemengde Commissie Vergunningen, die het startschot voor de bredere strategie van het Actieprogramma Vergunningen gaf. Een eerste stap in die strategie werd eerder dit jaar gezet met de wijziging van het vrijstellingsbesluit, het meldingsbesluit en de limitatieve lijst van de gemeentelijke vergunningsplichten.
Over dit voorontwerp wordt nu advies ingewonnen.
Hierna lichten wij de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen toe. Het decreetgevend proces zal moeten uitwijzen hoeveel er daarvan de eindmeet halen.
Vóór de aanvraag: meer overleg en rechtszekerheid
Met dit voorontwerp wil de Vlaamse Regering inzetten op meer overleg vóór de indiening van een aanvraag, wat tot meer rechtszekerheid moet leiden. Elke initiatiefnemer krijgt een decretaal verankerd recht op vooroverleg met de bevoegde overheid, dat echter vormvrij en laagdrempelig moet blijven. Daarnaast wordt de geldigheidstermijn van het stedenbouwkundig attest, volgens de Gemengde Commissie Vergunningen het op te waarderen instrument bij uitstek om vooraf (meer) rechtszekerheid te verkrijgen over de vergunbaarheid van een project, verlengd van twee naar drie jaar.
Het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek: minder formalisme
Het decreet van 17 mei 2024 herwerkte de opzet van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek al. Het voorontwerp voegt enkele bijkomende wijzigingen en verduidelijkingen toe:
- De bevoegde overheid kan de aanvrager voortaan nog slechts eenmalig wijzen op ontbrekende stukken. Het is dan aan de aanvrager om te beslissen wat er vervolgens gebeurt: hij vervolledigt de aanvraag, trekt ze in, of laat weten dat hij dit niet nodig acht. Pas dan start de eigenlijke behandelingstermijn. Onderneemt de aanvrager niets, dan wordt het dossier van rechtswege afgesloten.
- Het ontbreken van bepaalde stukken leidt pas tot onwettigheid van de beslissing als de overheid daardoor de aanvraag niet met kennis van zaken kon beoordelen.
- Er wordt uitdrukkelijk decretaal bepaald dat bevoegde overheden geen eigen aanvullende volledigheidseisen kunnen opleggen.
- Tot slot wordt tegemoetgekomen aan de strenge invulling in de rechtspraak van de vereiste van gezamenlijke indiening conform artikel 7 van het Omgevingsvergunningendecreet ("OVD"): het ontbreken van een vergunningsluik voor vegetatiewijzigingen leidt niet langer tot onontvankelijkheid van de aanvraag, en kan via de wijzigingslus worden rechtgezet.
Modulaire procedure: een pauzeknop en waar mogelijk slechts één openbaar onderzoek
Het voorontwerp bevat verder een reeks verfijningen van de modulaire procedure, die voornamelijk voortvloeien uit de aanbevelingen van de Gemengde Commissie Vergunningen. De bedoeling is om de procedure soepeler en oplossingsgericht te maken. We stippen twee kernpunten aan:
- Op verzoek van de aanvrager kan de procedure maximaal driemaal met zestig dagen worden gepauzeerd, voor overleg, bemiddeling of bijkomend studiewerk.
- Het voorontwerp poogt de gevallen te beperken waarin een openbaar onderzoek of een nieuw openbaar onderzoek na een wijziging moet worden georganiseerd. Het streven is om, indien het vereist is omwille van de inhoud van de aanvraag, in principe tot één openbaar onderzoek te komen, met slechts enkele uitzonderingsgevallen waarin een tweede onderzoek mogelijk is. Dit moet de huidige praktijk van meerdere opeenvolgende openbare onderzoeken temperen.
Advisering: meer efficiëntie en duidelijkheid
Ook aan de advisering in omgevingsvergunningsprocedures wordt gesleuteld om meer efficiëntie en meer armslag voor de vergunningverlenende overheid te creëren. De artikelen 4.3.3 en 4.3.4 VCRO, die aanleiding gaven tot de perceptie dat sommige adviezen absoluut bindend zijn, worden geschrapt.
Wat het advies van de omgevingsambtenaar betreft, geldt er enkel nog een verscherpte motiveringsplicht wanneer de vergunningverlenende overheid dit advies niet volgt op het vlak van de wettigheid. Wanneer het advies niet gevolgd wordt op het vlak van de opportuniteit, geldt geen verscherpte motiveringsplicht meer en volstaat de motivering van de eigen opportuniteitsbeoordeling van de vergunningverlenende overheid.
Aanscherping van het belangenvereiste: tegen strategische procedures en procesmisbruik
Naar aanleiding van rechtspraak die het begrip "betrokken publiek" uiterst ruim invulde, scherpt het voorontwerp aan wie administratief en jurisdictioneel beroep kan instellen. Een louter commercieel, strategisch of financieel belang volstaat daarvoor niet. Voor rechtspersonen wordt decretaal verankerd dat het ingeroepen belang moet aansluiten bij een statutair omschreven, materieel en territoriaal afgebakend doel. Ook voor milieu- en natuurverenigingen worden de voorwaarden aangescherpt om procesmisbruik te vermijden.
Herzieningsprocedure, stel- en attentieplicht en mogelijkheid tot intrekking tijdens het jurisdictioneel beroep
De meest ingrijpende vernieuwing in het voorontwerp is de zogenaamde herzieningsprocedure. Tegen de beslissing in administratief beroep (of in enige aanleg) kan binnen de — bijzonder korte — termijn van vijftien dagen een verzoek tot herziening worden ingediend. Deze procedure staat open voor dezelfde personen als zij die administratief beroep kunnen instellen, heeft een schorsende werking en moet verplicht worden uitgeput alvorens beroep kan worden ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De bevoegde overheid beschikt dan over vijfenveertig dagen om haar beslissing al dan niet te herzien, zonder bijzondere motiveringsplicht bij weigering. Dit heeft een belangrijk praktisch gevolg: anders dan vandaag is de beslissing na administratief beroep dus niet meer meteen uitvoerbaar.
De herzieningsprocedure is onlosmakelijk verbonden met een stel- en attentieplicht. Wie geen verzoek tot herziening indient, verliest in beginsel het recht om beroep in te stellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Wie wél dergelijk verzoek indient, kan bij de Raad enkel de grieven opwerpen die reeds in dat verzoek werden geformuleerd, tenzij nieuwe elementen rechtstreeks voortvloeien uit de herzieningsbeslissing zelf.
De invoering van een attentieplicht in de omgevingsvergunningsprocedure kent een bewogen voorgeschiedenis. Eerdere pogingen van de Vlaamse decreetgever om een vorm van attentieplicht in te voeren, zowel in het OVD als in het DBRC-decreet, werden door het Grondwettelijk Hof respectievelijk in 2019 en 2023 vernietigd. Het Hof oordeelde daarin dat de attentieplicht het recht op toegang tot de rechter schond, onder meer omdat ze werd opgelegd tijdens het openbaar onderzoek, op een moment waarop het publiek nog niet over alle elementen van het dossier beschikte. Het voorliggende voorontwerp poogt aan die kritiek tegemoet te komen door de attentieplicht te koppelen aan de herzieningsprocedure, op een moment waarop de beslissing er al is en alle adviezen gekend zijn. Of deze verschijningsvorm van de attentieplicht de finale tekst zal halen en of deze de toets door het Grondwettelijk Hof zal doorstaan, zal de toekomst moeten uitwijzen.
Verder wordt nog uitdrukkelijk voorzien dat de bevoegde overheid een vergunning steeds kan intrekken om een verbeterde beslissing te nemen lopende de procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen (en dit tot de sluiting van de debatten) zonder dat die intrekking een erkenning van onwettigheid impliceert.
"Zaak der wegen": van administratief beroep naar een verplichte heroverweging door de gemeenteraad
Het voorontwerp brengt ook een langverwachte wijziging van "de zaak der wegen". Het georganiseerd administratief beroep bij de Vlaamse Regering tegen een gemeenteraadsbeslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg wordt vervangen door een verplichte heroverweging door de gemeenteraad zelf, als module binnen het administratief beroep. Keurt de gemeenteraad de aanleg of wijziging niet goed, dan wordt in principe enkel het betrokken deel van de vergunningsaanvraag geweigerd, tenzij dat deel niet kan worden afgesplitst van de rest van de aanvraag.
Tot slot: diverse andere wijzigingen en optimalisaties
Het voorontwerp bevat tot slot nog een aanzienlijke reeks andere wijzigingen, waaronder de volgende:
- Bij de opportuniteitsbeoordeling kan de vergunningverlenende overheid voortaan als facultatief criterium rekening houden met de maatschappelijke meerwaarde van een project. Dit laat toe de aanvaardbaarheid van mogelijke hinder of ruimtelijke impact af te wegen tegen de bredere baten van een project.
- De afzonderlijke procedure waarbij de bevoegde minister voorafgaand aan een vergunningsaanvraag afwijkingen van bepaalde algemene en sectorale milieuvoorwaarden moest toestaan, verdwijnt. Gemeenten en provincies konden dergelijke afwijkingen al toestaan, maar enkel wanneer de betrokken algemene of sectorale milieuvoorwaarde uitdrukkelijk bepaalde dat de vergunningverlenende overheid bevoegd was om een afwijkende bijzondere voorwaarde vast te stellen. Voor alle andere milieuvoorwaarden was een afzonderlijke afwijkingsaanvraag bij de minister vereist. Die beperking verdwijnt: gemeenten en provincies krijgen voortaan de algemene bevoegdheid om afwijkingen toe te staan van alle algemene en sectorale milieuvoorwaarden, wat meteen ook een einde maakt aan de verwarring tussen de bijstellingsprocedure en de afwijkingsprocedure. Afwijkingen van emissiegrenswaarden blijven als enige uitzondering aan de minister voorbehouden.
- Studies, rapporten en resultaten die door een erkende deskundige zijn opgesteld of gevalideerd, zoals goedgekeurde MER's of passende beoordelingen, krijgen een bijzondere bewijswaarde in omgevingsvergunningsprocedures en in de milieueffectenrapportage. Betwisting is slechts mogelijk op grond van een deugdelijke motivering waaruit manifeste fouten blijken, en kan niet voor het eerst bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen worden opgevoerd.
Auteurs: Laura Janssens, Charlotte Corneillie (Eubelius)