Door het advies van de Raad van State sneuvelden (voorlopig) de btw-tariefverhoging voor meeneemmaaltijden en toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak. De btw-verhoging voor hotels en campings bleef echter wel overeind en zal met ingang van 1 maart 2026 in werking treden. De administratie voorziet evenwel in een overgangsmaatregel voor de sector (bron: FAQ).
Loutere tariefverhoging
In 2022 werden de regels omtrent de btw-kwalificatie van het verstrekken van gemeubelde logies aanzienlijk hervormd (zie onze eerdere nieuwsbrief). Ten gronde verandert er niets aan deze regels. Het betreft dus een loutere tariefverhoging waarbij het verlaagd 12% tarief (in plaats van 6%) van toepassing zal zijn op de btw die opeisbaar wordt met ingang van 1 maart 2026 bij het verschaffen van gemeubelde logies of de terbeschikkingstelling van een plaats om te kamperen.
Overgangsmaatregel
De overgangsmaatregel houdt in dat het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing blijft op voorwaarde dat:
- De aantoonbare reservatiedatum uiterlijk 28 februari 2026 betreft; en
- De btw over die reservaties opeisbaar wordt uiterlijk op 30 juni 2026.
Wordt een reservatie geplaatst op of na 1 maart 2026, is over de gehele reservatie 12% btw verschuldigd. Wordt een reservatie geplaatst vóór of op 28 februari 2026, dan geldt voor de btw die opeisbaar wordt vóór 1 juli 2026 het percentage van 6%, en voor de btw die opeisbaar wordt vanaf 1 juli 2026 het percentage van 12%.
In een B2B-context wordt de btw opeisbaar bij het uitreiken van de factuur. Indien een vooruitbetaling wordt ontvangen vóór het belastbaar feit, wordt de btw opeisbaar op moment van ontvangst van deze vooruitbetaling.
In een B2C-context waar geen factuurverplichting geldt, wordt de btw opeisbaar op het tijdstip van ontvangst van betaling. Vrijwillig uitgereikte facturen vormen in principe geen oorzaak van opeisbaarheid. Bij wijze van administratieve tolerantie kan de dienstverrichter echter toch de factuurdatum hanteren als moment van opeisbaarheid van de btw, op voorwaarde dat deze tolerantie systematisch wordt toegepast. Voornoemde tolerantie kan bijvoorbeeld relevant zijn voor campinguitbaters die een jaarlijkse standplaatsvergoeding hanteren.
Btw over gemeentelijke verblijfs- of toeristenbelasting?
Ook hier wijzigt niets. Het toepasselijk gemeentelijk belastingreglement moet er op nagelezen worden om te bepalen wie de schuldenaar is van de verblijfs- of toeristenbelasting (de exploitant of de klant).
Is de exploitant de schuldenaar, dan zal de doorrekening hiervan deel uitmaken van de prijs en zal er vanaf 1 maart 2026 over deze doorgerekende belasting 12% btw verschuldigd zijn.
Is de eindklant daarentegen de schuldenaar en schiet de exploitant louter het bedrag voor, dan betreft het een voorgeschoten som waarover geen btw verschuldigd is.
Conclusie
Exploitanten van gemeubelde logies en kampeerplaatsen kunnen alvast hun systemen in lijn brengen met deze tariefverhoging. Voor de boekingen die nog tot en met 28 februari binnenkomen, is het moment van opeisbaarheid nader op te volgen om te bepalen of er 6% of 12% btw moet worden afgedragen.
Tot slot, indien u als particulier nog twijfelt over een weekendje aan zee of midweek in de Vlaamse Ardennen dit voorjaar, boek dan snel uw verblijf. Voor uw festivaltickets heeft u nog langer de tijd om deze aan 6% btw aan te kopen.